|
Key Notes (Amsterdam), XXX nr. 3, september 1996, p. 20-21
NEAR - Nederlands Elektro-Akoestisch Repertoirecentrum
Elektronische muziek blijkt een probleem voor muziekuitgevers. Het aanleveren van een tape voor een uitvoering is op zichzelf niet zo'n probleem, maar hoe bewaar je tapes, wat doe je als de musicus vraagt om een "8 spoor ADAT", wat doe je als een musicus terugkomt met een oude 2 inch tape en meldt dat er dropouts in zitten? Om nog maar te zwijgen van het geval dat een bekende compositie wordt gevraagd die je als uitgever helemaal niet in huis blijkt te hebben.
Met een dergelijke problematiek heeft niet alleen Donemus te maken, maar ook concertorganisatoren zoals Gaudeamus en vele musici die elektronische werken in hun repertoire willen opnemen. Het is duidelijk dat elektro-akoestische muziek, als volwaardig onderdeel van de hedendaagse muziekpraktijk, een andere aanpak nodig heeft dan instrumentale genoteerde muziek.
NEAR is ontstaan vanuit de behoefte bij componisten (Geneco), uitgever (Donemus) en organisatoren (Gaudeamus) om elektro-akoestische muziek op een gestructureerde en professionele manier in de hedendaagse muziekpraktijk te integreren.
korte geschiedenis elektronische muziek in Nederland
Dat de geschiedenis van de Nederlandse elektronische muziek nog niet geschreven is, is des te verwonderlijker als men in ogenschouw neemt dat Nederland juist tijdens de eerste bloeiperiode van de elektronische muziek wereldwijd een prominente plaats innam, met name met het Instituut voor Sonologie, dat indertijd te Utrecht was gevestigd.
Kort na het ontstaan van de eerste elektronische studioís in Parijs, Keulen en New York, werden er al lezingen gehouden door Werner Meyer-Eppler en Herbert Eimert in Bilthoven, Den Haag en Hilversum. Technici van Philips werden betrokken bij de eeste elektronische composities die Henk Badings realiseerde voor een ballet. Op aandringen van Walter Maas werd in 1957 de eerste studio opgericht in het Natuurkundig Laboratorium van Philips (het zgn. Nat-lab) te Eindhoven.
Na de eerste, nogal traditioneel geconcipieerde composities van Henk Badings, kwamen de eerste echt interessante impulsen van de technici van het Nat-lab, met name van Dick Raaijmakers en Tom Dissevelt. Een extra impuls ontstond door het bezoek van Edgar Varèse in 1957, die zijn Poème Electronique bij Philips realiseerde. Nederland telde voorgoed mee in de internatonale wereld van muzikale vernieuwingen.
In 1960 werd de studio van het Nat-lab grotendeels verhuisd naar de Universiteit van Utrecht; Philips trok zich terug. Het Instituut voor Sonologie was geboren. Wat sonologie tot een internationaal gerenommeerd instituut maakte was de komst van Michael-Gottfried Koenig, de Duitse componist die samen met Stockhausen bij de WDR had gewerkt. Koenig bracht op zijn bescheiden manier het serialisme met zich mee, een compositiemethode waar toendertijd iedere zichzelf respecterende jonge componist kennis mee wilde maken. Naast Koenig completeerden de Zwitser Werner Kaegi, de Nederlander Frits Weiland en de Amerikaan Paul Berg de internationale staf van sonologie.
Sonologie kreeg in de loop van haar bestaan een lange reeks studenten en gastcomponisten die meerendeels tot de top van componisten in de elektronische muziek gingen behoren, zoals Barry Truax, Takayuki Rai, Otto Laske, Claude Vivier en Robert Rowe. Daarnaast kende sonologie ook Nederlandse gasten zoals Karel Appel, Louis Andriessen en Tera de Marez Oyens. In 1983 verhuisde sonologie naar het conservatorium te Den Haag, waar het een aantal jaren is geleid door Clarence Barlow.
Naast sonologie kwamen andere studio's, waaronder een studio aan het Conservatorium van Den Haag (met Dick Raaijmakers), vanaf 1980 een studio aan het Sweelinck Conservatorium van Amsterdam (opgericht door Ton de Leeuw), een studio aan de Universiteit van Amsterdam (tevens opgericht door Ton de Leeuw, spoedig daarna overgenomen door Leigh Landy), en de CEM studio onder leiding van Michael Fahres, oorspronkelijk onder Gaudeamus in Bilthoven opgericht, lange tijd in Arnhem gevestigd en onlangs naar Amsterdam verhuisd. Een aantal studio's is inmiddels alweer gesloten of wordt bedriegd met sluiting, mede door een gebrek aan infrastructuur en bereidheid in een nieuw genre te investeren.
De tweede grote studio naast sonologie is STEIM, opgericht door o.a. Misha Mengelberg, Peter Schat en Louis Andriessen, later en nog steeds geleid door Michel Waisvisz. STEIM heeft zich geprofileerd als een werkplaats voor live-elektronika, een genre dat het theatrale aspekt op het podium met de muziek integreert. STEIM heeft evenals sonologie een internationale faam opgebouwd en ontvangt regelmatig internationale gasten.
Internationaal gezien heeft Nederland twee gezichten in de wereld van de elektronische muziek. Aan de ene kant is Nederland vooral een gastland, een plaats waar veel buitenlandse componisten een inspirerende tijdelijke werkplaats vinden. Aan de andere kant huisvest Nederland ook componisten die internationaal een belangrijke rol in de elektronische muziek spelen, zoals Michel Waisvisz, Ton Bruynèl, Jan Boerman, Dick Raaijmakers, Tera de Marez Oyens, Gottfried-Michael Koenig, Paul Berg en Clarence Barlow. Jonge componisten, zoals Kees Tazelaar en René Uylenhoet, kunnen inmiddels aan dit rijtje worden toegevoegd.
Vergeleken met Frankrijk, Engeland en Canada heeft Nederland echter een wat armoedige infrastructuur voor elektronische muziek; er is geen nationale instrumentenpool, geen geschikt podium, er zijn nauwelijks concertseries voor elektronische muziek (uitzondering is een serie van De IJsbreker in het Planetarium), er is geen concours, en er is nauwelijks sprake van een esthetische profilering zoals die zich in de genoemde landen wel heeft ontwikkeld. Er is geen organisatie die een luidspreker-orkest kan leveren zoals BEAST uit Birmingham of het Acousmonium uit Parijs. Er is geen connectie met het reguliere onderwijs, zoals in Engeland waar elektronische compositie een verplicht vak op de basisscholen is.
Kortom, er is nog veel te verbeteren in de Nederlandse situatie van de elektronische muziek. Eén randvoorwaarde is er, namelijk de aanwezigheid van interessante componisten. Volgende stap is een geïntegreerd beleid ten aanzien van instrumentarium, concerten en onderwijs, en het veilig stellen van wat tot op heden is bereikt: een schat aan composities die hun betekenis hebben gehad en op een vervolg wachten.
korte geschiedenis NEAR
Naar aanleiding van deze constateringen werd in 1994 door mij het plan NAEM (Netherlands Archive of Electronic Music) gelanceerd, met als viervoudige doelstelling (1) het verzamelen, (2) beschikbaar stellen en (3) promoten van Nederlandse elektronische composities en (4) het stimuleren van nieuwe composities. Het plan was gebaseerd op verschillende ideeen die ik in de loop van mijn werk als technisch leider van de Elektronische Muziek Studio van het Sweelinck Conservatorium had opgedaan. Ik zag composities verloren gaan door erosie of door het wegvallen van oude bandrecorders en ik vond de elektronische muziek in de Nederlandse muziekpraktijk stiefkinderlijk behandeld. De oorzaak hiervan ligt in het ontbreken van een goede infrastructuur: musici kunnen gewoonweg niet beschikken over de banden omdat niemand weet waar die te vinden waren; en als ze al te vinden zijn is de kwaliteit bedroevend of kan men niet de juiste afspeelapparatuur vinden.
Plan NAEM bleek aan te sluiten op wensen die reeds bij het Geneco bestonden en ook bij Gaudeamus waren gesignaleerd. Donemus heeft het plan in november
1995 "geadopteerd" en omgedoopt tot NEAR met een kleine accentverschuiving van "archief" naar "repertoire",
waarmee Donemus een prioriteit heeft aangegeven voor het verzamelen van composities die de potentie hebben in de muziekpraktijk een rol te spelen (repertoire)
boven het verzamelen van alle mogelijke composities die deels alleen historisch betekenisvol zijn geweest (archief).
NEAR nu en haar vooruitzichten
NEAR is in zijn startfase en wordt gerund door de componist René Uylenhoet. Donemus heeft een kantoor ter beschikking gesteld, en de bedoeling is om in
november 1996 een eerste evaluatie te maken. NEAR richt zich in eerste instantie op het aanleggen van kontakten met componisten en studioís, en het aanboren van de
belangrijkste bronnen. Een schatting leert dat er zoín XXX minuten Nederlandse elektronische muziek moet zijn, waarvan overigens het meerendeel zich in de archieven van
sonologie bevindt. Sonologie is betrokken bij NEAR en zal kopieën van haar banden beschikbaar stellen.
Inmiddels zijn de eerst composities gearchiveerd, is er een CD uitgebracht (werken van Ton Bruynèl) en is ook reeds een "reisset" voor de uitvoering van elektronische werken aangeschaft.
Dat NEAR ook werkelijk vooruitstrevend werkt blijkt uit het feit dat de eerste "patches" zijn gedocumenteerd. Dit reflecteert nieuwe ontwikkelingen die misschien wel een grotere omschakeling van uitgevers vraagt dan de elektronische werken hebben gedaan. Met de huidige computertechnologie ligt het voor de hand dat een elektronische componist algoritmes bouwt om zijn werk of delen daarvan te realiseren. Dit kan ertoe leiden dat een componist besluit om zijn algoritme als compositie te beschouwen, en de veelheid aan mogelijke uitwerkingen daarvan als geldige "uitvoeringen" te beschouwen (zoals in de jaren zestig al incidenteel werd gedaan, o.a. in Stockhausenís Plus-Minus uit 1963).
Het is uiteraard ook aan NEAR om dergelijke algoritmes of patches te documenteren en aan de muziekpraktijk beschikbaar te stellen. De uitdaging voor de uitgever ligt in de wijze van documenteren en de wijze van promotie van dergelijke composities: de problemen liggen bijvoorbeeld in het feit dat er geen eenduidige auteur is, dat er geen bezetting of genre meer aan te geven is, en dat een kopie van een algoritme even origineel is als het origineel, wat weer complicaties in een gecontroleerde verspreiding met zich meebrengt.
NEAR is niet alleen een historisch gegroeide noodzaak om de Nederlandse infrastructuur voor elektronische muziek te verbeteren; NEAR is ook een uitdaging voor Donemus om te bewijzen dat ze met de nieuwe muziektechnologie kan omgaan en daarin een eigen positie kan bepalen.
© Alcedo Coenen, Amsterdam
|