PRINT
Robert Heppener werd geboren in Amsterdam in 1925. Hij overleed op 25 augustus 2009 in Bergen.
Opleiding
Hij studeerde piano aan het Amsterdams Conservatorium bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Daarna volgde hij compositielessen bij Bertus van Lier.
Activiteiten
Hij was enkele jaren leraar theoretische vakken aan het Muzieklyceum in Amsterdam. Vervolgens was Heppener docent voor compositie en theorie aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en het Conservatorium in Maastricht.
Composities
Heppener schreef werken voor verschillende bezettingen: voor orkest onder meer een Symfonie (1952), Derivazioni (1958), Eglogues (1963), Air et sonneries (1969), Muziek voor straten en pleinen (1970) en Boog (1988, voor het Eeuwfeest van het Concertgebouworkest). Zijn werken voor vocale bezettingen lopen uiteen van Cantico delle Creature di San Francesco d'Assisi (1952), voor hoge stem en strijkorkest, tot en met Memento (1984), voor sopraan en ensemble, geschreven voor Jane Manning en het Nieuw Ensemble. De werken voor koor a cappella: o.a. Canti carnascialeschi (1966), Del iubilo del core che esce in voce (1974), Nachklänge (1977) en Bruchstücke eines alten Textes (1990) nemen een belangrijke plaats in zijn oeuvre in. Verder schreef hij kamermuziek, toneel- en filmmuziek. Als karakteristiek voor zijn muziek kunnen de volgende regels van zijn leerling Joël Bons gelden: "Heppener heeft in zijn muziek nooit een bepaalde school vertegenwoordigd, maar steeds met grote integriteit zijn eigen 'innerlijke logica' gevolgd, gebaseerd op kennis van en liefde voor de traditie".
Prijzen
In 1969 ontving hij de Fontein Tuynhoutprijs voor Canti carnascialeschi en in 1974 de Willem-Pijperprijs voor Four songs on poems by Ezra Pound (1970). Voor Im Gestein (1992) ontving hij in 1993 de Matthijs-Vermeulenprijs. In 1996 kreeg Heppener de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre en in 2000 de ANV-Visser-Neerlandiaprijs.
|
foto: Patricia Werner Leanse
|